Naar de inhoud
Perimenopauzewijzer

Hormoontherapie in de overgang: werking, vormen, risico's en vergoeding

Hormoontherapie is de best werkende behandeling tegen opvliegers en nachtzweten. Je gebruikt estradiol als tablet, pleister, gel of spray, met een progestageen erbij als je nog een baarmoeder hebt. De risico's zijn reëel maar voor de meeste vrouwen rond de 50 klein.

Geschreven door
Redactie Perimenopauzewijzer
Medische controle
Nog niet medisch beoordeeld
Bijgewerkt
Speelt vooral in: perimenopauze, menopauze, postmenopauzeOver de fasen

Het belangrijkste

  • Hormoontherapie vermindert opvliegers sterk: van ongeveer 10 naar 2 per dag, tegen 5 per dag met een nepmiddel.
  • Heb je nog een baarmoeder, dan gebruik je naast estradiol altijd een progestageen ter bescherming van het baarmoederslijmvlies.
  • Bij 1000 vrouwen die vanaf hun 50e vijf jaar combinatietherapie gebruiken, krijgen er tot hun 70e 20 meer borstkanker dan zonder (79 tegen 59).
  • Een pleister, gel of spray geeft waarschijnlijk minder kans op trombose dan een tablet.
  • De Nederlandse huisartsenrichtlijn adviseert korter dan 5 jaar; internationale richtlijnen noemen geen vaste maximale duur.

Wat is hormoontherapie in de overgang?

Hormoontherapie in de overgang betekent dat je het vrouwelijk hormoon estradiol gebruikt om opvliegers en nachtzweten te verminderen. Estradiol is een oestrogeen, het hormoon dat je eierstokken in de overgang steeds minder maken. Omdat estradiol zonder ander hormoon de kans op baarmoederkanker iets vergroot, krijg je er een tweede hormoon bij als je nog een baarmoeder hebt: een progestageen [1].

Je hoort verschillende namen voor hetzelfde. Artsen spreken van HST (hormoonsuppletietherapie), in het Engels heet het HRT (hormone replacement therapy). In de richtlijnen staat vaak gewoon 'hormoontherapie'. Het gaat in alle gevallen om estradiol, met of zonder progestageen.

Hormoontherapie is geen anticonceptie. Alleen als je het progestageen krijgt via een hormoonspiraal, ben je ook beschermd tegen zwangerschap [1]. Word je nog ongesteld en wil je niet zwanger worden, dan heb je dus een voorbehoedmiddel nodig.

Hoe goed werkt hormoontherapie tegen opvliegers?

Goed. Hormoontherapie is de behandeling met het sterkste bewijs. Een vrouw met ongeveer 10 opvliegers per dag houdt er gemiddeld 2 over. Met een nepmiddel (placebo) daalt dat in onderzoek naar ongeveer 5 per dag [2]. Een deel van de verbetering komt dus doordat opvliegers ook vanzelf wisselen, maar het verschil met placebo is groot.

Na 2 tot 3 weken merk je vaak dat het begint te helpen. Het beste effect zie je na ongeveer 3 maanden [3]. Daarom evalueert je arts de behandeling na 3 maanden en daarna jaarlijks [2].

En tegen andere klachten?

Daarover is minder bekend. Volgens Thuisarts helpt hormoontherapie waarschijnlijk niet of nauwelijks voor je stemming en ook niet voor je zin in seks [4]. Volgens The Menopause Society, de Amerikaanse beroepsvereniging, is hormoontherapie wel de meest effectieve behandeling voor klachten van vagina en blaas door de overgang en voorkomt het botverlies en botbreuken [5]. Heb je alleen last van een droge vagina, dan is een middel dat je alleen in de vagina gebruikt meestal genoeg. Zie droge vagina.

Voor wie is hormoontherapie bedoeld?

De Nederlandse huisartsenrichtlijn adviseert hormoontherapie te overwegen als opvliegers of nachtzweten je dagelijks leven duidelijk beperken [6]. Het is dus geen standaardbehandeling voor iedereen in de overgang, maar een keuze die je samen met je arts maakt.

Leeftijd speelt mee. Volgens The Menopause Society wegen de voordelen voor de meeste vrouwen op tegen de nadelen als je jonger bent dan 60, of als je laatste menstruatie korter dan 10 jaar geleden was. Begin je later, dan zijn de absolute risico's op hart- en vaatziekten, beroerte, trombose en dementie groter [5].

Ook in de perimenopauze, als je nog ongesteld wordt, is hormoontherapie mogelijk. Je arts kiest dan een schema dat past bij je cyclus. Formeel zijn de middelen geregistreerd voor gebruik vanaf zes maanden na je laatste menstruatie. Eerder gebruik heet offlabel: buiten de officiële registratie, maar wel in de richtlijnen beschreven, met een eigen schema [2]. Ben je jonger dan 40 en in de overgang, dan gelden andere afspraken. Lees daarover bij vervroegde overgang.

Welke vormen van hormoontherapie zijn er?

Estradiol kun je slikken of via de huid gebruiken. Het progestageen slik je, of je krijgt het via een hormoonspiraal. Alle vormen werken ongeveer even goed tegen opvliegers [1].

VormHoe gebruik je hetGoed om te weten
Tablet met alleen estradiolElke dag 1 tabletMet baarmoeder: los een progestageen erbij
Combinatietablet of -capsuleElke dag 1 met beide hormonenGemakkelijk; niet als pleister of gel verkrijgbaar
Pleister2 keer per week een nieuwe pleister, bij voorkeur op je bilBest onderzochte huidvorm; kan de huid irriteren
GelElke dag smeren op binnenkant arm of bovenbeenLaat 1 uur drogen voor douchen of aanraken
SprayElke dag spuiten op binnenkant arm of bovenbeenZelfde aandachtspunten als gel
HormoonspiraalProgestageen in de baarmoeder, samen met estradiolBeschermt ook tegen zwangerschap

De gebruiksaanwijzingen in de tabel komen van Thuisarts [3]. Combinatiepreparaten met een progestageen bestaan niet in een vorm voor op de huid en van de huidvormen heeft de pleister de voorkeur omdat die het best is onderzocht. Bij huidirritatie kun je overstappen op gel of spray [2]. Hoe je elk middel gebruikt en welke merknamen je kunt tegenkomen, lees je bij middelen bij hormoontherapie.

Tablet of via de huid?

Volgens de huisartsenrichtlijn zijn tabletten en estradiol via de huid even effectief [6]. Het verschil zit in de risico's. Bij tabletten is de kans op trombose verhoogd, vooral in het eerste jaar. Bij een pleister, gel of spray is die kans mogelijk lager, al ontbreekt daarvoor nog sterk bewijs [2]. De Britse richtlijn NICE stelt dat het tromboserisico bij estradiol via de huid niet verhoogd is [7].

Thuisarts noemt een pleister, gel of spray mogelijk veiliger als je meer kans hebt op hart- en vaatziekten, te zwaar bent, migraine hebt, als hoge bloeddruk of hoog cholesterol in de familie voorkomt, of als je tijdens een zwangerschap hoge bloeddruk, zwangerschapsvergiftiging of zwangerschapsdiabetes had [1]. De gynaecologenrichtlijn adviseert estradiol via de huid te overwegen bij een BMI boven de 30 [8]. Een verhoogd risico op hart- en vaatziekten is volgens die richtlijn geen reden om hormoontherapie te weigeren, als het goed behandeld is; dan gaat de voorkeur naar toediening via de huid [9].

Waarom een progestageen als je een baarmoeder hebt?

Estradiol alleen laat het baarmoederslijmvlies groeien. Dat geeft een grotere kans op baarmoederkanker. Een progestageen beschermt daartegen. Is je baarmoeder verwijderd, dan krijg je alleen estradiol [1].

Er zijn verschillende progestagenen. Het Farmacotherapeutisch Kompas noemt dydrogesteron als eerste keus en (lichaamseigen) progesteron als tweede keus [2]. Volgens de gynaecologenrichtlijn verschillen progestagenen in hun effect op het borstkankerrisico; daarover meer bij de risico's hieronder [10]. Progesteroncapsules kunnen slaperig maken, daarom adviseert de richtlijn ze 's avonds in te nemen [10].

Cyclisch of continu?

Word je nog ongesteld, dan krijg je meestal een cyclisch schema. Je gebruikt elke dag estradiol en een deel van de maand, minimaal 12 dagen, ook een progestageen. Daardoor krijg je elke maand een bloeding. Ben je al een jaar niet meer ongesteld, dan gebruik je beide hormonen elke dag. Dat heet continu [2].

Continu gebruik in de perimenopauze geeft vaak langdurig onregelmatig bloedverlies, daarom wordt het alleen na de menopauze geadviseerd [2]. Bij tabletten met twee soorten pillen in één strip slik je volgens Thuisarts eerst 2 weken alleen estradiol en daarna 2 weken de combinatie, zonder stopweek [3].

Wie schrijft hormoontherapie voor?

Je huisarts of gynaecoloog. Je bespreekt samen of hormonen bij je passen of dat je liever een andere manier zoekt om met de klachten om te gaan [1]. Na 3 maanden heb je een controle. Gaat het goed, dan zie je je arts daarna één keer per jaar. Je bespreekt dan je klachten, of je risico op trombose, borstkanker of hart- en vaatziekten is veranderd en of je wilt doorgaan [3].

Bij een voorgeschiedenis van borst- of baarmoederkanker, trombose, hart- en vaatziekten of een ernstige leverziekte verwijst de huisarts je naar de gynaecoloog [2]. Waar je terecht kunt, bijvoorbeeld voor een uitgebreid gesprek met een overgangsconsulent, lees je in de zorgwijzer en bij de huisarts en de overgang.

Wat zijn de risico's van hormoontherapie?

Hormoontherapie geeft een iets grotere kans op trombose, een beroerte, borstkanker en baarmoederkanker. Die kans wordt groter naarmate je ouder bent en de hormonen langer gebruikt. Volgens Thuisarts zijn de risico's van de huidige middelen veel kleiner dan vroeger, omdat er minder hormoon in zit [3]. Hoe groot je risico is, hangt ook sterk af van je leefstijl en gezondheid.

Hieronder staan de risico's in absolute getallen: hoeveel van de 1000 vrouwen het krijgen met en zonder hormonen. Dat zegt meer dan 'het risico stijgt met 30 procent'.

Borstkanker

Ongeveer 1 op de 10 vrouwen van 50 jaar of ouder krijgt borstkanker, ook zonder hormonen [1]. NICE heeft berekend wat hormoontherapie daaraan verandert, over de periode van 50 tot 70 jaar [11]:

Situatie (vanaf je 50e)Borstkanker tussen 50 en 70 jaar, per 1000 vrouwen
Geen hormonen59
5 jaar combinatietherapie (estradiol en progestageen)79 (20 meer)
10 jaar combinatietherapie92 (33 meer)
5 jaar alleen estradiol (zonder baarmoeder)69 (10 meer)
10 jaar alleen estradiol71 (12 meer)

Het risico is groter zolang je hormonen gebruikt en neemt af na het stoppen. Volgens NICE blijft het wel nog minstens 10 jaar iets verhoogd [7]. Thuisarts schrijft dat de kans op ziektes 2 jaar na het stoppen weer hetzelfde is als daarvoor [1]. Die bronnen verschillen hier dus in hoe ze het formuleren.

Het soort progestageen maakt mogelijk uit. De Nederlandse gynaecologenrichtlijn concludeert op basis van vooral Franse studies dat er bij estradiol met lichaamseigen progesteron geen aanwijzingen zijn voor een verhoogd borstkankerrisico. Bij estradiol met dydrogesteron is er mogelijk pas na vijf jaar een gering verhoogd risico en bij andere progestagenen al binnen vijf jaar [10]. De bewijskracht is laag. NICE vindt het bewijs onvoldoende om te zeggen dat progesteron of dydrogesteron echt een ander borstkankerrisico geeft dan andere progestagenen [7].

Trombose

Trombose is een bloedstolsel in een ader, meestal in het been, dat kan losschieten naar de longen (longembolie). In een groot Frans onderzoek kregen 6 van de 1000 vrouwen zonder hormoontherapie in 10 jaar een trombose [10]. Tabletten verhogen die kans, vooral in het eerste jaar; via de huid lijkt dat niet zo te zijn [2].

In het grote Amerikaanse WHI-onderzoek met oudere tabletten steeg de kans op trombose met combinatietherapie van ongeveer 10 naar 20 per 1000 vrouwen in ruim 5 jaar [12]. Let op: maar ongeveer 30 procent van de deelneemsters was tussen de 50 en 59 en iedereen slikte tabletten. Cochrane waarschuwt dat de uitkomsten daardoor mogelijk niet gelden voor de middelen van nu. Het progestageen uit dat onderzoek (MPA) is in Nederland niet meer beschikbaar als hormoontherapie [10].

Beroerte

Tussen 50 en 55 jaar krijgen ongeveer 3 van de 1000 vrouwen een beroerte. Met hormoontherapie via de huid is dat volgens NICE niet merkbaar anders. Met tabletten met alleen estradiol zijn het er 4 van de 1000 [11]. Het risico stijgt bij een hogere dosis, langer gebruik en als je op hogere leeftijd begint [7]. Roken, hoge bloeddruk en een hoog cholesterol maken de kans op een beroerte veel groter [1].

Baarmoederkanker

Zonder hormonen krijgen 4 van de 1000 vrouwen tussen 50 en 55 jaar baarmoederkanker. Bij continue combinatietherapie is dat 1 op de 1000, bij een cyclisch schema 8 op de 1000 [11]. Bij estradiol met progesteron geeft gebruik langer dan vijf jaar mogelijk een gering verhoogd risico [10].

Hart en botten

Combinatietherapie verhoogt volgens NICE de kans op een hartinfarct of andere ziekte van de kransslagaders niet [7]. Hormoontherapie verlaagt de kans op botbreuken. In het WHI-onderzoek daalde die bij combinatietherapie van ongeveer 111 naar 87 per 1000 vrouwen [12].

Kun je de risico's verkleinen?

Ja. Stop met roken, drink geen of weinig alcohol, beweeg meer en probeer af te vallen als je te zwaar bent [1]. Je huisarts berekent elk jaar je risico op hart- en vaatziekten en bespreekt met je wat je kunt doen [3].

Wanneer mag je geen hormoontherapie gebruiken?

De huisartsenrichtlijn raadt hormoontherapie af als je dit hebt of hebt gehad [6]:

  • een hormoonafhankelijke tumor, zoals borstkanker of baarmoederkanker;
  • trombose of een longembolie (behalve als je bloedverdunners gebruikt);
  • hart- en vaatziekten, zoals een hartaanval of beroerte;
  • vaginaal bloedverlies waarvan de oorzaak niet bekend is;
  • een ernstige leverziekte.

Thuisarts voegt daaraan toe: gebruik ook geen hormonen als je rookt [1]. Bij twijfel verwijst de huisarts je naar de gynaecoloog. Mag je geen hormonen, lees dan behandeling zonder hormonen.

Hoe lang mag je hormoontherapie gebruiken?

De richtlijnen geven verschillende adviezen over de gebruiksduur.

Nederland. De huisartsenrichtlijn adviseert om te streven naar gebruik korter dan 5 jaar, omdat de risico's geleidelijk oplopen [6]. Thuisarts schrijft: gebruik de hormonen liever niet langer dan 5 jaar [3].

Internationaal. De Britse richtlijn NICE noemt geen maximale duur. Je arts bespreekt bij de start hoe lang je het mogelijk gebruikt en weegt bij elke controle opnieuw de voor- en nadelen af [7]. The Menopause Society schrijft dat langer gebruik past bij een duidelijke reden, zoals opvliegers die blijven, met regelmatige herbeoordeling en een gezamenlijke beslissing [5].

In de praktijk betekent dit: 5 jaar is geen harde grens waarna je moet stoppen, maar wel een moment om bewust opnieuw te kijken. Heb je na een paar jaar nog veel last, dan kun je met je arts bespreken of doorgaan voor jou zinvol is.

Hoe stop je met hormoontherapie?

Je kunt op elk moment stoppen. Volgens Thuisarts kun je in één keer stoppen en is afbouwen niet nodig. Stop en start niet steeds opnieuw [3]. NICE geeft de keuze tussen afbouwen en direct stoppen: afbouwen kan op korte termijn voorkomen dat klachten snel terugkomen, maar na langere tijd maakt het geen verschil [7].

Opvliegers kunnen terugkomen als je stopt. Als dat gebeurt, kun je met je arts bespreken of je opnieuw begint [7].

Welke bijwerkingen kun je krijgen?

In de eerste maanden houdt je lichaam soms meer vocht vast (zie ook opgeblazen buik). Je kunt daardoor gevoelige borsten, hoofdpijn of misselijkheid krijgen. Ook kun je onverwacht bloed verliezen. Een pleister, gel of spray kan jeuk of een rode huid geven [3]. Volgens het Farmacotherapeutisch Kompas heeft 1 tot 10 procent van de gebruikers last van zulke niet-ernstige bijwerkingen [2].

Bloedverlies. Werd je nog ongesteld toen je begon, dan kun je dat blijven. Was je al langer dan een jaar niet ongesteld, dan kun je in de eerste 3 maanden bloed verliezen. Duurt het langer dan 3 maanden, dan verwijst de huisarts je naar de gynaecoloog [3]. Lees ook bloedverlies na de overgang. Hoe lang bijwerkingen meestal duren en wat je arts kan aanpassen, staat bij bijwerkingen van hormoontherapie.

Hormoontherapie ervaringen: wat zeggen die?

Op fora en sociale media lees je verhalen van vrouwen die zich 'herboren' voelen en van vrouwen die snel weer stopten. Beide kunnen kloppen. Hormoontherapie werkt bij de meeste vrouwen goed tegen opvliegers, maar bijwerkingen en verwachtingen verschillen per persoon.

Een ervaring van een ander zegt weinig over jouw risico's. Die hangen af van je leeftijd, je gezondheid, de vorm en hoe lang je het gebruikt. Gebruik ervaringen vooral om vragen te verzamelen voor het gesprek met je arts. Wat onderzoek zegt over gewicht, stemming en stoppen, lees je bij bijwerkingen en ervaringen.

Wordt hormoontherapie vergoed?

Ja, meestal wel. Volgens medicijnkosten.nl van het Zorginstituut worden de geregistreerde estradioltabletten, -pleisters, -gel en -spray vergoed, net als combinatietabletten met estradiol en dydrogesteron of progesteron [13]. Progesteroncapsules zijn deels vergoed, dus je betaalt mogelijk een eigen bijdrage [14].

Een bezoek aan de huisarts valt niet onder je eigen risico [15]. Voor medicijnen uit de basisverzekering betaal je wel eigen risico. Moet je een eigen bijdrage betalen, dan komt die daar los bovenop, met een maximum van 250 euro per kalenderjaar [16]. Meer over vergoedingen, ook voor de gynaecoloog en een overgangsconsulent, lees je bij vergoeding van overgangszorg.

Op maat gemaakte 'bio-identieke' hormonen worden niet vergoed. Wat het verschil is, lees je bij bio-identieke hormonen.

Neem contact op met je arts als

  • je klachten erger worden of de bijwerkingen je hinderen;
  • je een verandering in je borst voelt of ziet;
  • je na 3 maanden hormonen nog steeds bloed verliest;
  • je een dik, pijnlijk onderbeen hebt of andere tekenen van trombose;
  • je langer dan een jaar niet ongesteld was en er weer bloed uit je vagina komt.

Deze signalen komen van Thuisarts [3]. Bij plotselinge benauwdheid, pijn op de borst of uitval van arm, been of spraak bel je direct 112.

Bij wie kun je terecht?

De meeste vrouwen beginnen bij de huisarts. Kom je daar niet verder, of zoek je meer tijd en begeleiding, dan zijn er andere mogelijkheden.

  1. Huisarts

    Het eerste aanspreekpunt. Kan klachten beoordelen, andere oorzaken uitsluiten en hormoontherapie voorschrijven. Valt niet onder je eigen risico.

  2. Overgangsconsulent

    Tijd voor uitleg en begeleiding, vaak zonder verwijzing. Schrijft geen medicijnen voor.

    47 aanbieders bekijken
  3. Overgangspoli

    Voor complexe situaties, zoals een vroege overgang of klachten na kanker. Alleen met verwijzing.

    31 aanbieders bekijken
  4. Overgangskliniek of online

    Zonder verwijzing en vaak snel terecht, met artsen die hormonen kunnen voorschrijven. Meestal niet vergoed.

    5 aanbieders bekijken

Bronnen

  1. 1.Thuisarts.nl. Ik wil misschien hormoontherapie tegen opvliegers in de overgang (2026). Geraadpleegd op 18 oktober 2026.
  2. 2.Farmacotherapeutisch Kompas, Zorginstituut Nederland. Climacterische klachten (indicatietekst). Geraadpleegd op 18 oktober 2026.
  3. 3.Thuisarts.nl. Ik ga hormonen gebruiken in de overgang (hormoontherapie) (2026). Geraadpleegd op 18 oktober 2026.
  4. 4.Thuisarts.nl. Ik wil goed omgaan met klachten door de overgang. Geraadpleegd op 18 oktober 2026.
  5. 5.Menopause (The Menopause Society), via PubMed. The 2022 hormone therapy position statement of The North American Menopause Society (2022). Geraadpleegd op 18 oktober 2026.
  6. 6.Nederlands Huisartsen Genootschap. NHG-Standaard De overgang (M73) (2024). Geraadpleegd op 18 oktober 2026.
  7. 7.National Institute for Health and Care Excellence (NICE). Menopause: identification and management (NG23), Recommendations (2026). Geraadpleegd op 18 oktober 2026.
  8. 8.NVOG, Richtlijnendatabase. Richtlijn Management rondom menopauze, module Transdermaal estradiol bij verhoogd risico op VTE (2026). Geraadpleegd op 18 oktober 2026.
  9. 9.NVOG, Richtlijnendatabase. Richtlijn Management rondom menopauze, module Overgangsklachten bij hoog risicoprofiel (2026). Geraadpleegd op 18 oktober 2026.
  10. 10.NVOG, Richtlijnendatabase. Richtlijn Management rondom menopauze, module Behandelingen bij overgangsklachten (2026). Geraadpleegd op 18 oktober 2026.
  11. 11.National Institute for Health and Care Excellence (NICE). HRT and the likelihood of some medical conditions: a discussion aid (2024). Geraadpleegd op 18 oktober 2026.
  12. 12.Cochrane. Long-term hormone therapy for perimenopausal and postmenopausal women (CD004143) (2026). Geraadpleegd op 18 oktober 2026.
  13. 13.Medicijnkosten.nl, Zorginstituut Nederland. Zoekresultaten estradiol: prijs en vergoeding. Geraadpleegd op 18 oktober 2026.
  14. 14.Medicijnkosten.nl, Zorginstituut Nederland. Zoekresultaten progesteron: prijs en vergoeding. Geraadpleegd op 18 oktober 2026.
  15. 15.Rijksoverheid. Wanneer betaal ik een eigen risico voor mijn zorg? (2026). Geraadpleegd op 18 oktober 2026.
  16. 16.Rijksoverheid. Welke medicijnen krijg ik vergoed?. Geraadpleegd op 18 oktober 2026.

Verder lezen